logo espero

gebouw Espero

 

 

 
 
Hoop voor kwetsbare kinderen in een multiculturele samenleving
 

Home

 

sp    
 

Terug naar publicaties

 

Delen van informatie


Ideeën vanuit “beroepsgeheim en hulpverlening, Put en vanderstraete (2005)”, “Justitie en hulpverlening, versterkt of verstikt door samenwerken (2005)”, “Open verslaggeving vanuit een juridische bril,www.osbj.be” en ”Ouders en verslaggeving, www.roppov.be”


Beroepsgeheim is een peiler van hulpverlening. Oorspronkelijke was het beroepsgeheim in minimale zin een bescherming tegen chantage en machtsmisbruik. We zien het beroepsgeheim echter vooral als erkenning vanuit de samenleving voor de belangrijke waarde van autonomie en privacy, waarbij elk individu het recht heeft om zelf te bepalen welke informatie hij over zichzelf kenbaar maakt en welke niet. Verder geeft de samenleving door het installeren van beroepsgeheim ook aan dat er nood is aan zoiets als hulpverlening, waar cliënten geholpen door een derde op een constructieve manier kunnen stil staan bij hun zorgen en onzekerheden kunnen. Beroepsgeheim is een bestaansvoorwaarde voor hulpverlening: het geeft cliënten de veiligheid om hun kwetsbare, zoekende en onzekere, en soms zwarte kanten te laten zien en bespreekbaar te stellen..


Beroepsgeheim is ontstaan in één-op-één hulpverlening, vanuit de relatie arts-patient. De hedendaagse hulpverlening ziet er echter heel anders uit: hulpverleners werken in team, werken met het hele clientsysteem en werken samen met andere diensten.


Daarnaast is er ook een belangrijke verschuiving in de samenleving: rond heel wat problemen die vroeger onder justitie vielen, komen er nu vragen en (vaak hoge) verwachtingen naar hulpverlening: middelenmisbruik, spijbelen, daders van seksueel grensoverschrijdend gedrag, intrafamiliaal geweld, pesten op het werk, .... . Vroeger waren “hulpverlening” en “justitie” twee duidelijk gescheiden maatschappelijke systemen, nu lopen beide veel vaker door elkaar; wat vaak spanning creëert rond beroepsgeheim.


Een laatste tendens: er komen vanuit de samenleving ook meer verwachtingen en reglementering naar hulpverleners. Daar waar vroeger hulpverleners vrij autonoom konden beslissen wat hen het meest in belang leek van cliënt, legt de samenleving nu via allerlei decreten verplichten op aan hulpverleners (wet op patientenrechten, decreet rechten an minderjarigen in de jeugdhulp, kwaliteitsdecreet, ....). Transparantie, toegang tot informatie en respecteren van de beslissingsvrijheid van de cliënt zijn daarbij vaak belangrijke bekommernissen van de samenleving.



    1 Wettelijk kader

 

1.1 Beroepsgeheim (artikel 458 SW)

Vroeger bestond er hierrond een vrij absolute interpretatie: het beroepsgeheim was er vanuit maatschappelijke noodzaak. Het was een zwijgplicht, hulpverleners hadden niet te kiezen. Ook de client zelf kon de hulpverlener niet ontslaan van deze plicht. Vandaar staat beroepsgeheim in het strafrecht, en wordt de overtreder beboet, los van de omstandigheden. “Het feit dat de hulpverlener informatie bekend maakt in het belang van de client legitimeert de bekendmaking niet” (Put, p98)


De laatste decennia is er meer en meer een tendens om beroepsgeheim te zien als een bescherming van client, die dan ook geinformeerd kan toestemmen om informatie door te geven: “Wij zijn van mening dat hulpverlener die door zijn client wordt bevrijd van geheimoudingsplicht, de gevraagde informatie mag prijsgeven aan derden, zonder zich bloot te stellen aan vervlging. Hij mag dit niet weigeren omwille van zijn beroepsgeheim. Het beroepsgeheim verschaft hem immers niet de macht om in het vermeende belang van derden souverein, tegen de wil van de cliënt in te beslissen om informatie over de client geheim te houden. Deze laatste is immers het best geplaatst om te beslissen wat er met gegevens die behoren tot zijn privé-sfeer dient te gebeuren. Het recht op privacy heeft niet alleen een beschermende werking, het vertoont ook een aspect van vrijheid en zelfbeschikking (Put, p 195)”


1.2 Beroepsgeheim bij kindermishandeling/noodtoestand (458 bis)

Wanneer er een actueel en dreigend gevaar is voor minderjarige, mag hulpverlener melding bij Procureur des konings. Dit is geen meldingsplicht, maar meldingsrecht. Andere voorwaarden:

  • zelf vastgesteld (hoeft niet per se door rechtsstreeks van client te horen, ook non-verbale indicatoren volstaan)

  • melden is enige middel

  • accuut en dreigend gevaar


!! strafbare feiten uit verleden zijn zelden bron van accuut en dreigend gevaar (p172)

!! aangifteplicht geldt enkel voor die strafbare feiten die men zelf de visu heeft vastgesteld (p142)


1.3 Beroepsgeheim & obstructie van gerechterlijk onderzoek

Hulpverleners hebben verschijningsplicht bij oproep voor rechtbank. Ze hebben dan geen spreekplicht, wel spreekrecht. Ze moeten vraag per vraag afwegen of ze beroep willen doen op beroepsgeheim. Ze moeten wel verschijnen, omdat ze op voorhand niet kunnen weten of de vragen van die aard zijn dat ze het beroepsgeheim al dan niet willen doorbreken. Het is de hulpverlener, niet de client die oordeelt of het opportuun is om het beroepsgeheim te doorbreken (Put, p136).

In eerdere onderzoeksfases (procureur, politie) is er geen verschijningsplicht en zelfs geen spreekrecht “Van de Put, p135: wie gehouden is aan het beroepsgeheim mag geen verklaringen afleggen aan politie, noch vertrouwelijke documenten aan hen bezorgen – er zijn hierrond twee veroordelingen uitgesproken in 1995 en 2000. Zich houden aan het beroepsgeheim betekent dus niet “onderzoek tegenwerken”, is gewoon zijn plicht doen.


Mits bevel van onderzoeksrechter is huiszoeking mogelijk (bij arts: onderzoeksrechter mag zelf de stukken niet inkijken, het is een andere, door de orde aangeduide arts).


1.4 Decreet rechten van de minderjarigen

Inzage in het dossier is een belangrijk luik in het decreet rechtspositie minderjarigen. Minderjarigen hebben volgende rechten, die ze vanaf 12 jaar zelfstandig kunnen uitoefenen, tenzij er indicaties zijn dat minderjarige nog niet in staat is tot redelijke beoordeling van zijn eigen belangen, impact van beslissingn op lange termijn.

  • recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard dossier

  • recht op toegang tot dit dossier

  • recht op toelichting bij het dossier

  • recht om eigen mening toe te voegen

  • recht op een afschrift

  • recht op verzet tegen inzage door derden, ook eigen ouders.


Wat meer uitleg rond het recht op toegang. Dit recht is niet absoluut. De wet voorziet volgende uitzonderingen:

  • Een voorziening kan oordelen dat bepaalde informatie de ontwikkeling kan schaden, en mag deze informatie dan afschermen (agogische exceptie); de minderjarige kan dan een vertrouwenspersoon aanduiden die wel inzage krijgt. De voorziening dient de uitzondering schriftelijk te argumenteren.

  • Derden kunnen – vanuit zorg om hun eigen privacy – vragen om informatie af te schermen voor de minderjarigen. Dit moet expliciet gemotiveerd worden in het dossier. Leden van het cliëntsysteem (ouders, broers, zussen, GO) worden niet als derden beschouwd. De minderjarige heeft recht op inzage in alle gegevens die hemzelf in relatie tot het clientsysteem betreffen.


Recht op verzet tegen inzage: de minderjarige kan er voor kiezen om bepaalde passages af te schermen voor ouders.


1.5 Wet op de patientenrechten

Deze wet regelt de inzage in medische gegevens. Hier gaat de wetgever er van uit dat het de ouders zijn die de rechten van de minderjarigen uitoefenen, al wordt er toegevoegd dat de minderjarige zijn rechten zelf mag uitoefenen als hij in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen.


Hulpverleners kunnen zich beroepen op de therapeutische exceptie,als ze vermoeden dat het meedelen van informatie negatieve conequenties zou hebben. Er is geen inzagerecht in persoonlijke notities van hulpverleners in de gezondheidszorg.


1.6 Ouderlijk gezag – recht op toezicht

Ouders hebben steeds het recht om toezicht te houden op de opvoeding van hun kind (artikel 374 burgerlijk wetboek). Zij kunnen immers ook maatschappelijk aansprankelijk gesteld worden voor de daden van hun kinderen. Zij zijn ook verantwoordelijk voor het oordelen over de nood aan medische behandeling. Zelfs wanneer ouders uit hun ouderlijk gezag ontzet zijn, behouden ze dit recht op informatie en het recht om inlichtingen in te winnen bij derden (www.osbj.be).


Dit recht wordt begrensd door het recht op privacy van de minderjarigen. Algemeen beschouwt men het als een ‘uitdunnend’ recht: naarmate de minderjarigen autonomer wordt, vergroot diens recht op privacy en vermindert het recht op sturing en controle van ouders (Internationaal verdrag van de rechten van het kind). “Reeds in de jaren 70 adviseerde de orde van geneesheren dat ten aanzien van midnerjarigen met voldoende oordeelsvermogen de arts gebonden is aan het beroepsgeheim tav ouders (Van de Put, p102). Verder is dit een recht dat het belang van het kind moet dienen.indien inzage misbruikt wordt om eigen belangen te dienen (vb; echtscheidingskwesties) vervalt dit recht. “Een hulpverlener die geconfronteerd wordt met het verzoek van ouders die op grond van hn ouderlijk gezag informatie willen uit het dossier, moet die informatie enkel meedelen indien hij meent dat ouders die informatie nodig hebben om de juiste opvoedinsgbeslissingen te nemen, in het belang van het kind (Van de Put, p102).


Het decreet rechten van minderjairgen heeft ok belangrijke implicaties voor de rechten van ouders:

  • De minderjarige kan verzet aantekenen tegen inzage door ouders

  • Ouders hebben enkel inzage in gegevens over minderjarige en henzelf in relatie met de minderjarigen (die gegevens die ze nodig hebben om goede opvoedingsbeslissingen te kunnen nemen). In echtscheidingssituaties heeft vader bijvoorbeeld geen inzake in gegevens die relatie moeder-minderjarige betreffen.


Wet op bewaren van persoonsgegevens

Deze wet voorziet dat iedereen geïnformeerd moet worden over welke gegevens er op welke manier bewaard worden, met welk doel. Verder moet er een recht op inzage en correctie zijn.


    2 Overzicht van verschillende vormen van informatie delen – voorstel van beleid binnen Espero


In bijlage ook het document dat ouders ontvangen bij start opname, in inschrijvingsbundel.

 

    1. In team: gezamenlijk beroepsgeheim

Binnen duidelijk afgelijnde teams kan er informatie gedeeld worden. Dit noemt men gezamenlijke beroepsgeheim. Geen enkele van de geraadpleegde bronnen ziet hierin een probleem, op voorwaarde dat de client duidelijk geïnformeerd is op voorhand. Binnen Espero vinden we het delen van relevante informatie een essentiële voorwaarde om kwaliteitsvolle hulp te bieden. Geen enkele medewerker is hier 24/24, dus is het belangrijk dat iedereen voldoende op de hoogte is.

 

    1. Naar leidinggevenden

Strikt juridisch kunnen medewerkers enkel informatie delen met leidinggevenden indien deze ook betrokken zijn bij de hulpverlening (Van De Put, p222). In grote ziekenhuizen geldt bv. het beroepsgeheim van artsen ook ten aanzien van de algemeen directeur.


Binnen Espero is de directeur voldoende nauw betrokken bij hulpverlening, en stelt zich hier geen probleem.

    1. Jongere

De rechten van de jongere liggen vrij precies vast in het decreet rechtspositie Minderjarigen. Binnen espero willen we deze rechten maximaal respecteren. Eerste stap is jongeren bewust maken van hun rechten. Dit doen we door een geschreven document bij start van opname.

 

    1. Ouders (gescheiden/niet-gescheiden)

Ouders hebben om ouderlijk gezag uit te oefenen recht op info. Zij zijn immers verantwoordelijk en aansprakelijk voor daden van jongere. Ouderlijk gezag omvat ook “het oordelen over nood aan medische behandeling”. Wordt de laatste decennia meer en meer gezien in evenwicht met recht van jongere op privacy.


  • Ouders hebben recht op inzage in de gegevens over de minderjarige en zichzelf in relatie tot minderjarige; de minderjarige heeft recht om verzet aan te tekenen tegen inzage door ouders.

  • Bij gescheiden ouders: Gescheiden ouders hebben enkel toegang tot de gegevens van de minderjarige en die gegevens die henzelf betreffen. Ze hebben geen toegang tot de gegevens over de ex-partner.

    1. Andere betrokken hulpverleners: gedeeld beroepsgeheim

Hier ontwikkelde zich vanuit de praktijk de theorie van gedeeld beroepsgeheim, die ook in de rechtsleer aanvaard wordt. Andere hulpverleners zijn op hun beurt immers ook gehouden aan het beroepsgeheim. Er bestaat discussie of het om een hulpverlenende relatie binnen dezelfde problematiek moet gaan. Moeten wij bijvoorbeeld aan een schuldbemiddelaar info doorgeven ?


Informatie doorgeven kan:

  • Als andere partij hulpverlenende relatie heeft en beschermd is door beroepsgeheim

  • Bij voorkeur in overleg met cliënt & transparantie/empowerment: zoveel mogelijk client zelf laten communiceren met belangrijke actoren in zijn leefwereld (vb. Kan client zelf aanwezig zijn bij overdracht, is duidelijke welke info met welk doel gedeeld zal worden, meer dan stilzwijgende instemming !!): voorafgaande, vrije, uitdrukkelijke en geinformeerde instemming

  • relevantie/noodzakelijkheid: “het gedeeld beroepsgeheim is geen uitgesmeerd beroepsgeheim” (Van de Put, p 212)

    1. Niet-hulpverleners: JRB en politie

Gedeeld beroepsgeheim is enkel van toepassingen bij andere diensten die momenteel een hulpverlenende relatie hebben met het clientsysteem. Consulenten van de sociale dienst van de jeugdrechtbank hebben duidelijk een andere functie : zij staan in voor het sociaal onderzoek, de opvolging van uitvoering van maatregelen. Zij moeten alle informatie verzamelen en rapporteren die hunopdrachtgever – de jeugdrechter –nodigt heeft om een gegronde beslissing te nemen. Er kan dus niet op grond van gedeeld beroepsgeheim informatie met hen gedeeld worden. Binnen Vlaanderen is er duidelijk gekozen voor twee verschillende hulpverleningswerelden: vrijwillig en gerechterlijk. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de keuze om vanuit een comité bijzondere jeugdzorg geen info door te geven aan de bemiddelingscommissie (Van de Put, p. 215: er kunnen geen dossiers met sociale of medisch-psychologische verslagen overgemaakt worden aan de bemiddelingscommisie)


Ook inhoudelijk is delen van informatie met jeugdrechtbank geen makkelijke kwestie. Hoe kunnen we van clienten verwachten dat zij hun onzekerheden, hun zwakke plekken als ouder tonen, als deze informatie doorgegeven wordt aan diegene die moet oordelen over hun bekwaamheid als ouder ? Het delen van informatie kan onze autonome positief als hulpverlener, gedifferentieerd van justitie, in gevaar brengen, en het aangaan van een werkrelatie onmogelijk maken. Zie aparte nota voor samenwerken met jeugdrechtbank.


Inzake politie gebeuren verklaringen steeds door de directeur (behalve weglopers):

  • Dit schermt individuele medewerkers af, en benadrukt dat het een verklaring 'als centrum' is

  • Dit creëert ook de nodige afstand: de directeur is minder emotioneel betrokken in het dossier, de verklaring moet dan sowieso 'gebriefd' worden en dus voorbereid, en de directeur kan niet meer vertellen dan wat hij ingefluisterd heeft gekregen.

    1. Niet-hulpverleners: school

School is niet gebonden aan beroepsgeheim, en heeft ook geen hulpverlende relatie. Vandaar dus zeer omzichtig zijn in meegeven van informatie zonder instemming ouders, wel meedenken over hier-en-nu; Het is belangrijker om aan ouders de vraag te stellen: “welke informatie zou de school nodig hebben, zien jullie het zitten om dat verhaal te doen ?”. op die manier versterken we immers een belangrijke vaardigheid van ouders, informeren en overleggen van scholen, wat ze in de toekomst zonder espero ongetwijfeld ook nog zullen moeten doen.



Inzage in eerdere verslagen

 

Ook wanneer eerdere verslagen als vertrouwelijk bestempeld waren, maar toch in ons dossier zitten, heeft de client recht op inzage (met uitzondering van therapeutische exceptie of agogische exceptie).

Bovendien heeft voorziening zelf niet recht om te bepalen wat ze wel of niet opneemt in dossier: wanneer er eerdere verslaggeving opgevraagd wordt, moet die in één dossier bewaard (wet op verwerking van persoonsgegevens, p 203: De houder van het dossier kan zich wat het bewaren van het dossier betreft niet beperken tot een selectie van verslagen). Het is dus aan ons om te oordelen en schriftelijk te motiveren waarom we bepaalde gegevens vertrouwelijk willen houden, we kunnen dit niet overlaten aan de auteur van verslag. Cfr. Raad van orde van geneesheren: het is de opinie van de behandelende arts die bindend is p 203.... p 205:een hulpverlener is niet gebonden door de de vermelding vertrouwelijk die in voorkomend geval door een collega of eerdere hulpverlener werd aangebracht.


Dit betekent dat ook wij erg omzichtig dienen om te springen met het doorgeven van verslagen. Ook voor onze verslagen geldt hetzelfde: het is de ontvanger die ermee handelt naar eigen oordeel.



Bijlage: document om ouders en jongere te informeren


Beste jongere,

Beste ouders,


Hulpverleners maken geregeld verslagen, en houden een dossier bij. Dat is nodig om een goed overzicht te behouden van de opzet en het verloop en van een behandeling. We willen jullie graag informeren over de inhoud van dit dossier, en over jullie rechten hierrond. Deze rechten liggen vast in verschillende wetten.


Het dossier van een gast in Espero bevat volgende gegevens:

  1. administratieve gegevens en correspondentie met Vlaams Agentschap over de inschrijving

  2. verslagen van

    1. Intake-gesprek

    2. Synthese-verslag en handelingsplan: dit verslag vat de observaties vanuit leefgroep, gezinsgesprekken, individuele psychotherapie, school en eventueel ook logopedie en kinderpsychiater samen.

    3. Evolutie-besprekingen (drie à viermaandelijks)

    4. afrondingsverslag



Inzage in dossier

 

Jongere hebben vanaf 12 jaar zelf inzage in dit dossier. Dit moet gebeuren ten laatste 15 dagen na dat je ons die vraag stelt. Hulpverleners mogen wel bepaalde passages afschermen, als ze oordelen dat het lezen ervan te zwaar of te verwarrend zou zijn. Je ontvangt hiervan dan een schriftelijke argumentatie. Als het om medische informatie gaat, mag een vertrouwenspersoon dan wel deze gegevens inkijken. Je mag steeds om toelichting vragen bij bepaalde passages, en zelf je mening toevoegen.


Ouders hebben inzage in die passages die betrekking hebben op hun relatie met hun zoon of dochter, ten laatste 15 dagen na uw vraag. Bij gescheiden ouders krijgt u dus enkel inzage in alles wat de omgang tussen u en uw kind betreft. Vanaf 12 jaar mogen jongeren expliciet vragen om bepaalde informatie af te schermen voor hun ouders. U mag steeds om toelichting vragen, en uw eigen mening toevoegen.


Derden (vb. leerkrachten) hebben ook steeds het recht om te vragen om bepaalde informatie vertrouwelijk te houden. Persoonlijke nota’s van medewerkers zijn nooit in te kijken.


Opvragen van informatie

 

Het is belangrijk dat we in Espero niet van nul beginnen, maar kunnen verder bouwen op het werk van eerdere hulpverleners. Daarom vragen wij uw toestemming om eerdere verslagen op te vragen, en contact te nemen met eerdere hulpverleners.



Ik geef toestemming om verslagen op te vragen bij eerdere hulpverleners.

DATUM: .........................................................................

Akkoord – Niet-akkoord



Doorgeven van informatie & beroepsgeheim

 

Binnen Espero werken we in een team van psycholoog, gezinsbegeleidster, begeleiders, logopediste en kinderpsychiater. Tussen deze disciplines geldt een gezamenlijk beroepsgeheim: informatie wordt wanneer nodig gedeeld.

Verslagen worden enkel doorgeven aan verdere hulpverlening. Hiervoor vragen we uw schriftelijke toestemming, bij afronding. Wanneer deze vraag na het beëindigen van opname komt, verwachten we dat u via de nieuwe hulpverlener uw schriftelijk akkoord geeft.


Ik geef toestemming om verslagen van Espero door te geven aan volgende hulpverlener ..................................................................

DATUM: .....................................................................................

Akkoord – Niet-akkoord


Onze verslagen worden niet doorgegeven aan de jeugdrechtbank. Er is wel steeds mondeling overleg met de jeugdrechtbank na de synthese-bespreking (na ongeveer drie maanden), waar mogelijk steeds samen met u. Op het einde van een opname maken we een kort schriftelijk verslag voor de jeugdrechtbank. We willen zo voorkomen dat belangrijke informatie over wat we samen met u bereikt hebben verloren zou gaan, of ongezien zou blijven. U mag steeds uw eigen commentaar toevoegen aan dit verslag. Bij herhaalde afwezigheid, herhaald schoolweigeren, zware agressie of andere incidenten die een verdere samenwerking met Espero kunnen bedreigen, wordt de jeugdrechtbank verwittigd.


Espero zal nooit verklaringen op papier zetten voor advocaten, of vaststellingen doen van inbreuken op bestaande regelgevingen in echtscheidingen.


Espero heeft meldingsrecht wanneer we een actueel en dreigend gevaar vast stellen, dat we enkel kunnen voorkomen door het doorgeven van informatie aan bevoegde instanties.


Ik verklaar geïnformeerd te zijn over mijn rechten inzake informatie-overdracht en dossier


Naam + handtekening ouders: .................................................................................................


 

   
  lo TOP ro  
sp    

OBC - ESPERO Kloosterstraat 79, 1745 Opwijk * 052/35.79.37 *